dinsdag 31 maart 2009

Proficiat Stefan !

Ik was meteen wakker deze morgen toen ik het bericht op de radio hoorde: Bilzenaar Stefan Vandoren ontving de gerenommeerde Descartes-Huygensprijs voor zijn onderzoekswerk naar het ontstaan van het heelal.

Foto: A. van Wesenbeeck.

Dit werk ligt in het verlengde van de oerknaltheorie waar ik het hier de voorbije dagen over had.
Hij is gespecialiseerd in de studie en ontwikkeling van de snaartheorieën, dat zijn theorieën die o.a. een verklaring proberen te geven voor het ontstaan van de zwaartekracht vlak na de oerknal.
Prof. Vandoren is een oud-leerling van onze school, het Heilig Graf in Bilzen, waar hij in 1986 het diploma middelbaar onderwijs in de studierichting Latijn-Wetenschappen haalde.
Hij is op dit ogenblik professor in de theoretische fysica aan het Spinoza-instituut van de universiteit van Utrecht.
Ik herinner mij Stefan als een zeer goede en zeer geïnteresseerde leerling, die na de lessen steeds wat bleef rondhangen in het fysica- of chemielokaal om nog wat na te praten.
Dat doet nog altijd deugd ! Ik heb Stefan dan ook direct een gelukwensmailtje gestuurd.

De 100 uren van de astronomie

Gisteren had ik het nog over donkere materie en donkere energie.
Daarmee zat ik volop te roeren in de hete brij van de moderne astronomie.
Vandaag borduur ik een beetje verder op hetzelfde thema.
We mogen immers niet vergeten dat 2009 niet alleen het jaar van Darwin is, maar ook het jaar van de astronomie.
Het is dit jaar immers 400 jaar geleden dat Galileo Galilei de allereerste telescopische waarnemingen deed.
Om dit te vieren organiseren de amateursterrenwachten over heel de wereld een rits aan activiteiten.
Het Europlanetarium in de Genkse Kattevennen doet daar ook aan mee.
Van donderdag 2 april tot zondag 5 april worden in de deelnemende observatoria de 100 uren van de astronomie (100 HA) georganiseerd.
Wat er in Genk geprogrammeerd wordt kan je in detail op de website nalezen. Het ziet er in elk geval veelbelovend uit: telescoopwaarnemingen, films rond het thema en zondag 5 april zelfs een regelrechte astronomische brunch! Een aanrader dus.

Als je op onderstaande kaart klikt kan je zien wat er in Genk, maar ook elders in de wereld in het kader van 100 HA gebeurt.

image

En van vrijdag 3 april om 11u. 's morgens tot zaterdag 4 april om 11u. 's morgens kan je gedurende 24 uur op internet een live webcast volgen waarbij je rechtstreeks meekijkt door de bekendste professionele telescopen ter wereld. Het tijdsschema vind je op de 100HA-site.
Om mee te kijken kan je surfen naar het Ustream TV Channel.
Maar in volgend filmpje krijg je al een voorsmaakje.

En mocht je al een kwetteraar (twitteraar) zijn, dan kan je ook de 100 HA op twitter volgen.
Keuze genoeg dus.
Ik hoop dat je een paar van die 100 HA-uren kan meebeleven en dat je kan meegenieten van het prachtig schouwspel dat het enorme heelal ons biedt.
En misschien lopen we elkaar de volgende dagen wel tegen het lijf op Kattevenia.

maandag 30 maart 2009

Over donkere materie en donkere energie

Scientific American publiceert zijn edities altijd een halve maand op voorhand. Het aprilnummer is dus al uit.
Ik lees daarin een merkwaardig artikel.
Het artikel,van de hand van Timothy Clifton en Pedro G. Ferreira, stelt de vraag of de donkere materie en de donkere energie, waar astronomen de laatste jaren de mond van vol hebben, wel bestaan. Volgens de auteurs kunnen de vreemde waarnemingen die aan de basis lagen van de hypothese van het bestaan van donkere materie en donkere energie, op een andere manier verklaard worden, namelijk door aan te nemen dat het uitdijende heelal, niet gelijkmatig in alle richtingen uitdijt. M.a.w dat het heelal geen bolvormige structuur heeft.


Klik op onderstaand beeld om een filmpje te bekijken waarin je al kan kennismaken met de grote lijnen van hun theorie.


Ik hou jullie meer details over hun bewijsvoering voorlopig te goed, omdat ik het eerst even wil hebben over die fameuze donkere materie en de donkere energie.
Wat is dat eigenlijk allemaal?

Volgens de geldende opvattingen is het heelal 13,7 miljard jaar geleden ontstaan uit de Oerknal, de Big Bang.
Dit was de onbeschrijflijke explosie van alle samengebalde energie.
Deze theorie is afkomstig van onze in 1966 overleden landgenoot prof. Georges Lemaître, befaamd astronoom en priester.
Lemaître kwam tot die hypothese voornamelijk op basis van de waarneming dat het heelal steeds verder uitzet. Het moest dus in oorsprong vanuit een centraal punt vertrokken zijn.
Uit de oerenergie ontstonden eerst elementaire deeltjes, die zich gingen groeperen tot atomen. Atomen gingen zich dan verder groeperen en er ontstonden sterren. Sterren gingen zich groeperen in melkwegstelsels en melkwegstelsels groepeerden zich in samenbewegende groepen die men clusters noemt.
Door de stijgende omzetting van energie in massa, begon ook zwaartekrachtwerking tussen die massa's toe te nemen in het heelal.

Die zwaartekrachtwerking is o.a. verantwoordelijk voor de rotatie van melkwegstelsels rondom hun centrum of van clusters rond hun centraal punt.
Isaac Newton heeft ons in de 18de eeuw al de wet geschonken die een verband legt tussen de snelheid v waarmee een massa m rond een een centrum draait en de afstand r tot het centrum.

N1In deze formule is G de zogenaamde gravitatieconstante. De waarde ervan werd ook al in de 18de eeuw door Cavendisch bepaald.

Je moet nu van mij aannemen dat astronomen de snelheid v kunnen meten waarmee b.v. de uiterste objecten (sterren) van een melkwegstelsel rond het centrum draaien . Ze kunnen ook de straal r van het melkwegstelsel bepalen. En dan kan met bovenstaande formule de massa m van zo'n melkwegstelsel berekend worden.
En daar begon de miserie!
De massa die men zo berekende was vele keren groter dan de massa die men berekende uit metingen van de energie die door het melkwegstelsel werd uitgestraald! Die energie wordt uitgestraald onder de vorm van zichtbaar licht, infrarood, ultraviolet en alle andere soorten elektromagnetische straling. De formule die voor die massaberekening gebruikt wordt is:

LHierin is L de totale hoeveelheid uitgestraalde energie per seconde.

Er moest dus in melkwegstelsels, in clusters, overal in het heelal, meer massa aanwezig zijn dan die welke men kon zien. Er moest dus onzichtbare materie, donkere materie in het heelal aanwezig zijn!

De zwaartekrachtwerking tussen de melkwegstelsels en de clusters zou er ook moeten voor zorgen dat de uitdijing van het heelal vertraagt.
Maar uit waarnemingen blijkt nu dat de uitdijing versnelt! Er moet dus in het heelal een energie aanwezig zijn die de zwaartekrachtwerking tegenwerkt. Naar analogie met de donkere materie, noemt men deze energie: donkere energie. Om de waarnemingen te kunnen verklaren moet men zelfs aannemen dat de donkere energie in het heelal 70% van alle energie uitmaakt.

Over wat die donkere materie precies is, zijn er al theorieën ontwikkeld.
De ene theorie stelt dat die donkere materie zou opgebouwd zijn uit een bijzondere soort elementaire deeltjes, de zogenaamde WIMPs (Weakly Interacting Massive Particles).
De andere theorie veronderstelt dat de donkere materie, de materie is van massale objecten zoals enorme zwarte gaten. Men noemt deze massale objecten met een verzamelnaam MACHOs (Massive Astrophysical Compact Halo Objects)
De aanhangers van beide theorieën zijn nu koortsachtig op zoek naar bewijzen voor hun gelijk.

Wat de donkere energie betreft tast men nog helemaal in het donker. En dat is in dit geval echt letterlijk te nemen.

Maar als Clifton en Perreira zouden gelijk hebben, hebben we die veronderstellingen van het bestaan van donkere materie en donkere energie niet eens nodig.
Het is dus misschien de moeite waard om eens nader te bekijken wat deze astronomen daar dan wel voor in de plaats stellen.
Maar dat is materie voor een later blogbericht. En dat wordt dan heldere materie hoop ik.

zondag 29 maart 2009

Hier sprak men Nederlands

Jullie zullen het ook wel gehoord of gelezen hebben: vorige woensdag is Fons Fraeters overleden.
Daarmee is weer een stukje uit onze jonge jaren weggeknipt.
"Hier spreekt men Nederlands". In de jaren 70, een paar keer per week, vijf vóór acht, juist vóór het TV-nieuws.
Joos Florquin, de professor, zijn trouwe hond, zijn hovenier en Fons en Annie.
Toen was keurig Nederlands nog een teken van beschaving.
Toen was ABN (kunnen) praten nog maat van je "gestudeerdheid".

De tijden zijn veranderd. Internet, SMS en Twitter domineren nu de communicatie, elk met hun eigen turbotaaltje en met afkortingen waar analfabeten zoals ik een vertaler-tolk voor nodig hebben.
En in de soaps, ook die van de VRT, zouden Fons en Annie zich ook niet Thuis gevoeld hebben. Als Nancy zegt "Kom-de-gij-ook? Da-wist-ekik-nie!" bijvoorbeeld.

En weet je wat achteruit bidden is? Nee? Dan vloek je blijkbaar nooit.
Gelukkig moet ik swaffelen hier niet meer verklaren (denk ik, hoop ik).
Maar als je me zegt dat je in je sleurhut gaat slieberen, dan weet ik (na wat Googelen) dat je in je caravan gaat slapen.

En als ik je een SMS-je stuur met "keb egt bkpn na d afchi. mr glfm, akg" dan weet je zonder twijfel dat ik echt buikpijn heb na de afhaalchinees, maar geloof me, alles komt goed.

Dan ben ik toch blij dat Fons er was.
Zie hem hier nog even aan het werk met de rest van de ploeg en ga ook eens kijken op de site van Klara waar je nog meer filmpjes van die vervlogen taalrubriek kan zien. Geniet van die zalige, rimpelloze taal en van de prachtige gedichten door Annie met de mooie stem. Bijna zo mooi als die van Mia...

Bedankt Fons!

zaterdag 28 maart 2009

YouTube Edu

YouTube heeft donderdagavond 26 maart een fantastische nieuwe subsite geopend: YouTube Edu
Via deze site krijg je probleemloos toegang tot gratis online-cursussen op universitair niveau.
Je kan kiezen tussen een zeer uitgebreide reeks videolessen die door de meest gerenomeerde Amerikaanse universiteiten ter beschikking worden gesteld.
Voor wie nog iets wil bijleren en eens een les (of een lessenreeks) wil volgen bij een vermaarde prof aan Harvard of MIT: de kans ligt hier voor het grijpen.

Ik hoop dat ook onze Vlaamse universiteiten er stilaan beginnen aan te denken om in zo'n initiatief te stappen. Maar ik vrees dat dit nog even zal duren. Alhoewel de ivorentoren-mentaliteit al grotendeels tot het verleden behoort, is de openheid die de Amerikanen op dat vlak hanteren hier nog altijd een brug te ver. Spijtig.

Als illustratie sluit ik hier een instaples fysica in, gegeven door prof. Walter Lewin van het MIT. (Massachusetts Institute of Technology).
Lewin is eigenlijk een Nederlander, die bekend staat als een uitstekend didacticus. Je zal het Nederlands accent in zijn Engels wel herkennen.

In het begin van zijn les heeft hij het over een filmpje waarin het verschil in orde van grootte tussen de verschillende machten van 10 spectaculair gedemonstreerd wordt (Powers of 10).
Ik heb dit filmpje ook dikwijls in mijn lessen gebruikt. De eerste versie dateer immers al van 1977, maar het blijft een schitterende illustratie van wat een exponent van 10 aan verschil geeft.
Dit filmpje is echter omwille van auteursrechten uit de video-les van Walter Lewin weggeknipt.
Maar omdat ik het zo bijzonder interessant vind, laat ik het jullie wel als een apart YouTube-filmpje bekijken.
Geniet dus van YuoTube Edu en...


...van Powers of Ten als je op het beeld klikt.

vrijdag 27 maart 2009

Tetriiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiis

Ik heb hier al ooit verteld dat ik thuis met een Tetriskampioen zit.
Ieder vrij moment is goed om een blokje te placeren.
Per toeval liep ik gisteren op het net een HD-tetris tegen het lijf.
Mia is er gisterenavond aan begonnen en ik hoop dat ze eind volgende week haar eerst lijntje binnen heeft.
Gelukkig hebben de Russische makers een pauzeknop voorzien, zoniet kon ik deze middag mijn soepje zelf gaan koken of op restaurant gaan eten.
Weet dus waar je aan begint als je op onderstaand beeldje klikt...


Je kan er natuurlijk ook schone figuurkes mee maken...

donderdag 26 maart 2009

Eurosongliedjes op Google Maps

Heb je nog interesse voor het Eurovisie Songfestival dat half mei in Moskou wordt gehouden?
Dan wordt je door de Google Mappers niet in de steek gelaten.
Als je op onderstaand beeld klikt kom je op een kaart terecht waar je het liedje van elke deelnemend land kan beluisteren en bekijken.
Je mag ook meezingen natuurlijk, maar let op voor lawaaihinder.

woensdag 25 maart 2009

Groene blondjes

In mijn blogbericht van 11 maart had ik het over de ophoping waterstofperoxide (H2O2) in de haarzakjes als oorzaak van het grijs worden.
Ik heb het er toen ook over gehad dat H2O2 door kappers dagelijks gebruikt wordt om haar te bleken (mèchen).
Maar zoals ik toen ook al zei: waterstofperoxide is een onstabiele, agressieve stof.
Niet te verwonderen dat chemici op zoek gaan naar een zachter haarbleekmiddel.
En in het teken van deze tijd zoekt men dan bij voorkeur naar een natuurlijk middel dat zo weinig mogelijk het milieu belast.

En eureka!
Het groene middel is blijkbaar gevonden!
Op het lentecongres van de American Chemical Society heeft de Japanse chemicus Kenzo Koike het zachte heelmiddel voorgesteld.
Het gaat om een enzym uit de witrotsschimmel (Basidiomycete ceriporiopsis) van de familie van het gekende elfenbankje.


De afkomst van het goedje voorspelt niet veel goeds voor wat de geureigenschappen betreft en dat lijkt ook zo te zijn.
Maar ja, je moet er iets voor over hebben om schoon te worden en daarbij: coiffeurs hebben knijpertjes genoeg.


Het is toch nog even wachten, want Koike wil nog verder onderzoeken hoe het enzym precies werkt. Blijkbaar kan het niet helemaal alleen de taak aan en zijn er nog kleine hoeveelheden waterstofperoxide nodig om de bleekreactie op gang te brengen.
Het bedrijf waarvoor Koike werkt, Koa Corporation in Tokio, zoekt ook naar middelen om het enzym synthetisch te maken, want de extractie uit de schimmel levert te geringe hoeveelheden op.
En voor die synthetische bereiding wordt beroep gedaan op spitstechnologie. Men heeft namelijk het gen (een stukje DNA) kunnen isoleren dat de code bevat waarmee de schimmel het enzym produceert. Dit gen werd ingeplant in het genetisch materiaal (DNA) van de Escherichia coli. Dit is de darmbacterie die in uw en mijn darmen permanent aan 't werk is om ons voedsel te helpen verteren. In laboratoria is E.coli een duiveltje-doet-al bij biochemische experimenten.
Het is nu kwestie van het coli-bacterie-fabriekje goed op gang te krijgen. Mooi staaltje van genetische manipulatie en gentechnologie.

Voilà, binnenkort kan je op een groene manier blond worden.
Als je er maar niet groen van wordt...achter uw oren.

dinsdag 24 maart 2009

Dat het LED-licht schijne...binnenkort

Jullie zullen ook al wel gehoord of gelezen hebben dat de Europese Commissie plannen heeft om de gloeilamp in Europa vanaf september 2009 gefaseerd uit de rekken te halen. In 2012 moet de verkoop ervan helemaal stilvallen.
De gloeilamp wordt dan vervangen door de spaarlamp die minder energie verbruikt en minder milieubelastend zou zijn.

1milieu - Gloeilamp
Wat die mindere milieulast van de spaarlamp betreft zijn er de laatste tijd wel wat twijfels gerezen. Een spaarlamp is immers niet anders dan een samengeplooide TL-lamp met, net zoals haar langere broer, een binnenkant vol giftige fluorescentiezouten (het witte poeder op de binnenkant van de glaswand) én met een kleine hoeveelheid kwikdamp. Ik ga daar niet verder op in.
Maar ondertussen is er al een geduchte concurrent van de spaarlamp op de markt verschenen: de LED-lamp. En die biedt nog veel betere energie- en milieutroeven dan de spaarlamp.

Om een gloeilamp licht te laten geven moet de gloeidraad tot 1700°C opgewarmd worden en slechts een beperkt deel van die warmte-energie wordt in zichtbaar licht omgezet. Het overgrote deel wordt weer uitgestraald als warmte zoals je al zal gevoeld hebben als je eens een kapot peertje wilde vervangen onmiddellijk nadat het de geest gaf. Er wordt maar 5% van de elektrische energie in lichtenergie omgezet.
Veel energieverspilling dus. En omwille van de hoge temperatuur ook een beperkte levensduur: gemiddeld 800 uur voor een 100 W-lamp.

Spaarlampen en TL-lampen zijn al heel wat zuiniger. Er moet toch nog wel behoorlijk wat energie ingepompt worden om de hoge spanning op te bouwen die nodig is om de kwikdamp ultraviolet licht (UV) te laten uitstralen. Dat UV-licht doet op zijn beurt de fluorescentiepoeders op de glaswand zichtbaar licht uitsturen. Dit is zogenaamd koud licht. Er gaat dus minder energie onder de vorm van warmte verloren. Bij de omzetting van UV-licht naar zichtbaar licht in de fluorescentiepoeders gaat er wel een (klein) deel energie verloren.
De spaarlampen hebben dan ook een langere levensduur dan de gloeilampen: ze leven gemiddeld 10 maal langer, dus ongeveer 8000 uur.
Het lichtopbrengst is daarenboven ook een stuk hoger: per Watt levert zo'n lamp tot 6 keer meer licht dan een gloeilamp. Je kan dus hetzelfde lichteffect bereiken met een lamp die 6 keer minder energie verbruikt.

Omwille van hun grotere efficiëntie in energieverbruik en levensduur zijn spaarlampen nu voordeliger dan gloeilampen, ondanks de nog hogere aanschafprijs

En die fameuze LED-lampen dan?
LED-lampen vragen in vergelijking met spaarlampen een veel minder hoge energie-input. En ze hebben een hogere lichtopbrengst. Het energieverbruik voor hetzelfde lichteffect is daardoor maar de helft van dat van een spaarlamp. En vergeleken met een gloeilamp verbruikt een LED-lamp zelfs 90% minder energie.
Het essentiële deel van de lampen bestaat "gewoon" uit stukken halfgeleidermateriaal (galliumarsenide). Bij de lichtproductie in dat materiaal treden er vrijwel geen opwarmingseffecten op. Daarenboven is de levensduur nog 6 à 7 keer langer dan die van een spaarlamp. Dus 50.000 uren. Dat komt er op neer dat zo'n LED-lamp 10 jaar lang 12 uur kan branden. Als men aanneemt dat een lamp in een woning per jaar genomen gemiddeld 3 u per dag aan is, dan zou een LED-lamp gemiddeld 40 jaar kunnen meegaan.
Omwille van de onoplosbaarheid van het galliumarsenide is ook de milieulast verwaarloosbaar t.o.v. die veroorzaakt door spaarlampen. En de LED-lampen zijn bijna onbreekbaar. Het omhulsel en de armaturen wel.

Waarom wachten we dan nog? Waarom schakelen we in Europa niet massaal over van de gloeilamp naar de LED-lamp?
De kostprijs! Een LED-lamp met een vergelijkbare lichtopbrengst als een gloeilamp van 100 W kost nog 30 keer zo veel. Voor particulieren is dit een nog te grote stap.
Maar voor verlichting van steden en grote gebouwen begint de energiewinst belangrijker te worden dan de installatiekost.
In de Verenigde Staten heeft het U.S. Departement of Energy (DOE) berekend dat 22% van alle elektriciteitsverbruik in de V.S. aan verlichting besteed wordt. En dat zal in Europa ook wel zo iets zijn.
Overschakelen naar LED-verlichting zou in de V.S. tegen 2028 een besparing van 280 miljard dollar opleveren.
Onderzoekers van het Renselaer Polytechnic Institute berekenden dat, als men wereldwijd de overschakeling naar LED-licht zou doen tijdens dit decennium, men 280 elektriciteitscentrales van 1.000 megawatt (1 megawatt = 1 MW = 1 miljoen watt) zou kunnen sluiten. Dat zou nog eens een bijdrage zijn aan het energievraagstuk en de klimaatproblematiek. Wat denk je daarvan mannen en vrouwen van de Nacht van de Duisternis?

Het gunstige effect op het energieverbruik heeft als gevolg dat er in de V.S. meer en meer steden, maar ook grote instellingen, op LED-verlichting overschakelen. Het Pentagon b.v. heeft al 4200 LED-lichtarmaturen geplaatst en de stad Los Angeles vervangt tegen 2014 140.000 straatlampen door LED-lampen.
Maar ook kleine projecten steken de kop op: in Italië heeft het stadje Torraca, met 1200 inwoners, zijn de straten volledig met LED-lampen verlicht. En fier dat ze zijn!
Waar wachten we in Romershoven nog op? Of moet het weer eerst in Hoeselt-Centrum gebeuren?...

maandag 23 maart 2009

Lente, toch bijna

Ondanks de laatste gure winterkuren is er geen tegenhouden meer aan: de lente komt in 't land.
Heb je je radijsjes al gezaaid? Kijk maar eens hoe ze groeien!
In het filmpje is een montage gemaakt van foto's die gedurende 9 dagen om het kwartier het groeiproces vastlegden.


Maar de natuur is niet alleen nieuw leven creëren. Het is ook afsterven en opruimen.
Bekijk de mooie tijdopname van een rottende appel.


zondag 22 maart 2009

Alfa et omega-3

Het smeersel op onze boterham is voor Mia en mij niet hetzelfde.
Mia kiest voor een uitgesproken cholesterolverlagend laagje.
Ik doe het met een 0% cholesterol bevattend kunstbotertje.
Om merken te noemen zonder reclame te willen maken: Mia gebruikt Becel Pro-Activ en ik hou het bij Alpro Soya Minarine.
Waarom dit verschil?
Ik slik al dagelijks een (relatief kleine) portie statines om het gehalte aan (slechte) cholesterol in mijn bloed te verlagen.

Statines zijn die dure maar wonderbaarlijke verbindingen niets doen aan de cholesterol die we met onze voeding innemen, maar die de interne productie van cholesterol in ons lichaam lam leggen.
Omwille van het feit dat ik dus al cholesterolverlagende pillen slik, heb ik weinig of niets aan een kunstboter waaraan nog eens extra cholesterolverlagers zijn toegevoegd. Ik zorg er door mijn keuze wel voor dat ik met mijn boterhammetjes geen extra-cholesterol inneem.
Mia heeft nog geen statines nodig en bijgevolg kiest zij wel voor een smeersel waar wel extra cholesterolverlagers zijn aan toegevoegd.

Ongelooflijk dat je al een halve biochemicus moet zijn om de dag van vandaag bewust voor een geschikte boterham te kunnen kiezen!

Waar zit het verschil in die twee margarines?
In de Becel Pro-Activ moet iets zitten wat de cholesterol extra verlaagt.
En dat zijn de plantensterolen.
Plantensterolen zijn eigenlijk zeer sterk familie van boosdoener cholesterol.
Zelfs als je geen chemicus bent kan je zien dat de structuur van een molecule cholesterol en een molecule van het plantensterol sitostanol slechts minimaal verschillen. Ik heb de verschilpunten met een rood kadertje aangeduid:

cholesterol
Ondanks het kleine verschil zijn die plantensterolen effectief, want door hun nauwe verwantschap, concurreren ze met het cholesterol in ons lichaam en zorgen ze ervoor dat er "geen" cholesterol meer via onze darmen in onze aders terecht komt.
Je ziet dat ik "geen" tussen aanhalingstekens geplaatst heb. Want hoeveel cholesterol er toch nog door de mazen van "het darmnet" kan glippen, zal afhangen van de voldoende aanwezigheid van plantensterolen in onze voeding.
Als we gewoon groenten en fruit (planten) eten, nemen we onvoldoende plantensterolen naar binnen.
En daarom komen de margarinemannen zoals Unilever met de remedie te voorschijn: ze voegen tegenwoordig plantensterolen aan hun smeersel toe. Bij Becel-Pro-Activ is dat zelfs 12,5% van de samenstelling. De productie van plantensterolen is evenwel een dure aangelegenheid en dat zullen we geweten hebben: een pakje Becel-Pro-Activ is (volgens Mia) tot 3,5 € duurder dan mijn Alpro Soya Minarine.

In Alpro Soya Minarine zitten dus geen dure plantensterolen.
Wel zitten er polyonverzadigde vetzuren in. En die zitten ook in Becel-Pro-Activ.
Die polyonverzadigde vetzuren zouden een gunstig effect hebben op de conditie van ons aderstelsel en zouden zelfs ook een zeker cholesterolverlagend effect hebben, zij het niet zo uitgesproken als de plantensterolen.
Binnen de groep polyonverzadigde vetzuren staan de laatste jaren vooral de zogenaamde omega-3- en omega-6-vetzuren in de kijker omwille van hun gunstige werking.
Wat zijn nu polyonverzadige vetzuren?
En wat is omega-3 en omega-6?
Polyonverzadigde vetzuren zijn vetzuren waarvan de molecule meerdere dubbele bindingen bevat.
In de figuur hieronder heb ik aangeduid wat zo'n dubbele binding is.
Omega-3 en omega-6 slaat op de plaats van de dubbele binding in de molecule.

omega-3 Het omega-3-vetzuur hierboven is alfa-linoleenzuur.
Het omega-6-vetzuur hierboven is linolzuur.
Beide zijn zogenaamde essentiële vetzuren, d.w.z. dat ons lichaam ze nodig heeft om normaal te kunnen functioneren, maar dat ons lichaam ze niet zelf kan maken. We moeten ze dus met onze voeding naar binnen krijgen. En juist: kijk maar eens op je pakje Becel of Alpro: ze zitten er in!

Eten is dus geen gewone zaak meer. Chemie is het alfa et omega als je wil weten wat je naar binnen werkt en waarom.
Je zou er "begot" soms beginnen van vasten!

zaterdag 21 maart 2009

Voel je dat ook? En wat hoor je dan?

We denken meestal dat we wel weten hoe de wereld in elkaar zit.
Zelfs over de bestaansreden van het enorme heelal hebben we een uitgesproken mening. Wij kleine ziertjes op dit minuscule aardbolletje in een massa van miljarden melkwegstelsels.
Ik heb altijd uit mijn humanioratijd onthouden hoe Blaise Pascal ons in de 17de eeuw al in zijn "Pensées" wees op die ongelooflijke overmoedigheid.

Wat we menen te weten en te kennen is voor het overgrote deel een gevolg van de interpretatie door onze hersenen van onze zintuigelijke waarnemingen. En zowel die zintuigelijke waarneming als die interpretatie is nogal krakkemikkig. We bedriegen dikwijls ons zelf zonder het te weten.
Ik wil jullie vandaag even confronteren onze eigen beperktheid.

Optische illusies zijn jullie wellicht goed bekend. Er bestaan talloze voorbeelden.
Een mooie is de contrastillusie:

svg2raster Ik zie (en jullie ook waarschijnlijk) een duidelijke gradatie van het grijs in de middelste strook. Maar die is er niet zoals je kan merken als je de rest van de figuur afdekt.

Minder bekend en daarom spectaculairder zijn de voelillusies.
Een mooie is de illusie die al door Aristoteles gekend was en daarom de Aristoteles illusie genoemd wordt.

Kruis je vingers en raak dan met beide vingertoppen een klein rond voorwerp (een knikker, een erwtje en ander bolleke) aan. Sluit bij voorkeur je ogen.
Hoeveel bollekes voel je? Raar hé!

Nog een voeltertje.
Plooi een paperclip volledig open en vouw hem dan in de lengte terug toe, zodat de uiteinden op ongeveer één centimeter van elkaar zijn.
Plaats die uiteinden nu op de top van een wijsvinger, sluit je ogen en glij met de paperclip langs je handpalm naar je pols toe. Voel je de uiteinden ook dichter bijeen komen?

En dit is er één die ik zelf nog niet uitgeprobeerd heb, maar die ook nogal akelig spectaculair lijkt.

Maar ook wat we horen is niet altijd realiteit.
Om van volgende hoorillusie volop te kunnen genieten moet je een koptelefoon op je PC aansluiten. Maar ook zonder lukt het redelijk.
Start het YouTube filmpje, sluit je ogen en geniet volop van wat je denkt dat er rond je hoofd gebeurt. Een prachtige stereo-illusie met bij mij zelfs nu en dan een voelillusie.


En in volgende audio-illusie hoor je een spookwoord. Dit is een woord dat in de klanken die uitgestuurd worden niet aanwezig is, maar dat door onze hersenen gecreëerd wordt in een poging om aan een zinloze opeenvolging van klanken een betekenisvolle interpretatie te geven.
Dit fenomeen werd uitgebreid bestudeerd door Diana Deutsch. van de University of California in San Diego. Ze stelde vast dat wat de testpersonen hoorden, afhing van dat waarmee die personen nogal bezig waren. Dus een beetje zeg me wat je hoort en ik zeg je wie je bent.
Dit moet je beluisteren met je PC-luidsprekertjes. En als dat losse zijn plaats je ze zover mogelijk uit elkaar en ga je zelf ook op enige afstand zitten.



Er zijn nog veel voorbeelden van voel- en hoorillusies te vinden op het net. New Scientist heeft er deze week een hele bijdrage over.
Ik laat het daar bij.
Eén voordeel van dit hersenbedrog: misschien zijn we wel lelijker dan dat anderen ons zien?

vrijdag 20 maart 2009

Spel voor m/v met stalen zenuwen

Heb je op vrijdag nog alles onder controle?
Kun je nog gemakkelijk winnen met dr. Bibber?
Dan is het vrijdagspel van deze week een kolfje naar je hand.
Stuur het balletje met de pijltjestoetsen naar zijn eindbestemming.
Als je dat tot een goed einde brengt, moet je vandaag voor mijn part geen 10.000 stappen meer stappen. Ook geen 3000 in 30 minuten. Zelfs geen 1000 in 10 minuten.
Je bent immers meer dan topfit.

donderdag 19 maart 2009

Google Map van wetenschappelijke ontdekkingen

De Engelse wetenschapsjournalist David Bradley heeft een paar dagen geleden een interessante Google Map beschikbaar gesteld: de Google Map van de wetenschappelijke ontdekkingen.
De ballontjes op de kaart geven de locaties aan van de plaatsen waar in het verleden en ook dikwijls nu nog, belangrijke wetenschapscentra gelegen zijn.
Klikken op een blauw ballonnetje levert telkens meer informatie én dikwijls de mogelijkheid om door te gaan naar de site van de universiteit of het laboratorium. En op meerdere plaatsen kan ook streetview ingeschakeld worden.
Wie interesse heeft in wetenschapsgeschiedenis of gewoon eens wil bekijken waar de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen precies gebeurd zijn, is hier uren zoet mee. Bekijk dan wel de grotere versie van de kaart.

Het zal je ook wel opvallen dat Belgische centra niet voorkomen op de kaart. Nochtans heeft ons klein landje de voorbije eeuw ook meegespeeld op belangrijke momenten.
Christian de Duve b.v. de ontdekker van het lysosoom, een belangrijke celorganel, werkte in Leuven (UCL Louvain-La-Neuve). Hij kreeg voor zijn ontdekking in 1974 de Nobelprijs voor Geneeskunde.
En Ilya Prigogine, die de thermodynamica van niet-evenwichtsprocessen ontwikkelde en daarvoor in 1977 de nobelprijs scheikunde kreeg. Prigogine was hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles (ULB).

David Bradley is zijn kaart nog voortdurend aan het bijwerken.
Ik heb hem al een mailtje gestuurd met de vraag om ook de UCL en de ULB met de Duve en Prigogine op zijn kaart te situeren.
Ik ben eens benieuwd…

woensdag 18 maart 2009

Vorige week KEPLER, deze week GOCE

Belangrijke ruimtevaartmissies volgen elkaar in een hoog tempo op.
Vorige week hadden we het hier over het Kepler-project van NASA, de zoektocht naar aarde-achtige planeten in ons melkwegstelsel.
Gisteren lanceerde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA haar GOCE-satelliet.


Bron: Wikipedia

GOCE is een letterwoord dat staat voor Gravity field and steady-state Ocean Circulation Explorer.
Meteen wordt al enigszins duidelijk wat de bedoeling is van die satelliet: onderzoek van het zwaartekrachtveld van onze aarde en van circulatiepatronen in oceanen.

Newton heeft ons in de 17de eeuw al geleerd dat alle massa’s elkaar aantrekken. Deze universele gravitatiewet, heeft als gevolg dat ook de aarde een aantrekkingskracht uitoefent op alle voorwerpen in haar omgeving. Die aantrekkingskracht noemen we de gravitatiekracht of de zwaartekracht. Maar aangezien onze aarde geen perfecte bol is en de massa van de aarde niet schoon gelijkmatig verdeeld is, zullen er plaatselijke verschillen in sterkte van de zwaartekracht optreden.
Het precies in kaart brengen van die verschillen in zwaartekracht
is een belangrijke factor om beter inzicht te verwerven in allerlei processen die zich op en rond onze planeet afspelen. Zo hangen circulaties in de enorme watermassa’s van de oceanen en de gevolgen daarvan voor het klimaat op aarde, in belangrijke mate af van de verschillen in zwaartekracht. Ook voor de verdere verfijning van GPS-systemen is die kennis belangrijk.

Foto: ESA

Wat je op het beeld hierboven ziet, is de zogenaamde geoide .
Hiermee stelt men berekende verschillen in zwaartekracht op aarde voor. Het oppervlak dat je ziet is niet het aardoppervlak zelf maar een wiskundig berekend oppervlak rond de aarde. Het oppervlak verbindt alle punten met gelijke zwaartekracht.
De hoger gelegen rode plekken liggen boven gebieden met een hoge massaconcentratie en dus grotere zwaartekracht. De lager gelegen blauwe plekken liggen boven gebieden waar de zwaartekracht kleiner is. Alle andere kleuren tussen rood en blauw liggen boven gebieden met zwaartekracht tussen de hoogste en de laagste in.

De GOCE-satelliet die gisteren gelanceerd werd, beweegt in een zogenaamde zonsynchrone baan op 260 km boven onze planeet.
Een zonsynchrone baan is een baan waarbij de satelliet steeds op hetzelfde uur dezelfde plaats overvliegt.
De Europese satelliet zal er 20 maanden lang waarnemingen doen die een zeer gedetailleerd driedimensionaal beeld van het aardse gravitatieveld moeten opleveren.
In deze YouTube-film kan je nog meer leren over dit belangrijk Europees ruimteproject

En ook op dit punt doet GOCE niet onder voor Kepler: GOCE twittert!

dinsdag 17 maart 2009

10.000 stappen per dag: niet gezond genoeg

Heb je ook vrienden en kennissen die zweren bij die 10.000 stappen per dag? Ik in elk geval wel. Ik ken er zelfs die permanent met zo’n stappentellertje rondlopen om te zien of ze het heilige getal wel halen. Ik ken er die me nu en dan laten weten “dat ze er hun 10.000 stapjes al weer opzitten hebben voor vandaag”.


Ik heb dat altijd al een beetje sceptisch bekeken.
Ik heb er natuurlijk nooit aan getwijfeld dat 10.000 stappen per dag beter is voor je gezondheid dat heel de dag stil te zitten in je zetel of achter je PC. Maar of het afdoend is om hartrisico’s te voorkomen?
Mijn scepsis wordt nu gesteund door het onderzoek van Simon Marshall in opdracht van het Center for Disease Control and Prevention.
Marshall zegt dat niet het aantal stappen belangrijk is, maar de intensiteit waarmee gestapt wordt. Er moet steeds voor gezorgd worden dat bij het stappen ons hartritme voldoende hoog wordt.
Gewoon 10.000 meter stappen zal dus voor de meeste mensen onvoldoende zijn.
Marshall deed een onderzoek bij 97 volwassenen. Hij liet ze op een loopband draven terwijl hun zuurstofopname gemeten werd. Hij ging na hoeveel stappen ze per minuut moesten zetten om een voldoend hoog hartritme te bereiken. Dat voldoend hoog hartritme is er volgens Marshall als je drie keer zoveel zuurstof opneemt als een iemand die rustig in een zetel zit.
Op basis van dat onderzoek heeft hij een een aantal nieuwe richtlijnen opgesteld die meer effectief kunnen zijn in het voorkomen van hartproblemen.
Hier zijn ze dan en je mag kiezen tussen 2 remedies:

1.

stap gedurende 5 dagen per week telkens 3000 stappen in 30 minuten

2.

stap dagelijks 1000 stappen in 10 minuten.

Dat je er een beetje de pees moet opleggen in plaats van zomaar een wat rond te slenteren voelt iedereen wel met zijn ellebogen aan.
Daar is geen duur onderzoek voor nodig.
Maar nu weten we hoe sterk je er de pees moet opleggen.
En zie: dat stappentellertje alleen is niet voldoende als je gezond wil gaan wandelen. Je mag ook je “wekkertje” niet vergeten!

maandag 16 maart 2009

En er was nog een verjaardag!

We kunnen hier niet alles tegelijk vieren. Gisteren was het Mia’s verjaardag, zaterdag was het pi-dag.
Maar vrijdag 13 maart was het ook de 20ste verjaardag van het Wereld Wijde Web (WWW). En daar wil ik zeker ook aandacht aan besteden.
 
Ik mag zeggen dat ik die geboorte 20 jaar geleden van dichtbij meebeleefd heb.
Van 1989 af had ik thuis al een internettoegang via een telefoonmodem en abonnement bij Compuserve.
Compuserve was een Amerikaans bedrijf dat zijn computernetwerk tegen betaling beschikbaar stelde aan de hele wereld via het Internet.
Het Internet was een wereldwijd burgerlijk computernetwerk afgeleid van het Amerikaans militair netwerk Arpanet.
Toen ik bij Compuserve aansloot hadden ze ook in Brussel al een inbelpunt op hun netwerk, zodat je tegen een aanvaardbaar telefoontarief toegang kon krijgen.
Het-van-het waren in die tijd de zogenaamde forums, waarin mensen met gelijklopende interesses via het internet met elkaar konden corresponderen. Het was een boeiende internationale praatbarak.
Alles verliep nog via getypte tekst, maar er was wel al een mogelijkheid om kleine computerprogrammaatjes (shareware) uit te wisselen en te downloaden.
We voelden de wereld zienderogen kleiner worden.

Ter gelegenheid van het schoolfeest van 1990 gaf ik een demonstratie van wat internet was en van de potentiële mogelijkheden die het als enorme informatiebron zeker voor het onderwijs kon bieden. Ik had daarvoor 2 grote monitoren gehuurd en de bezoekers konden samen met mij, in een lokaaltje tegenover onze leraarskamer, kennismaken met het Net.
Het Heilig Graf had (weer eens) voor een primeur in het Bilzerse onderwijs gezorgd.

Toen kwam 1992 en het Wereld Wijde Web

Robert Cailliau, Jean-François Abramatic and T...
De Amerikaanse fysicus Tim Berners-Lee (rechts op de foto) en zijn Belgische collega, de in Tongeren geboren ingenieur Robert Cailliau (links op de foto), ontwikkelden een netwerk van knooppunten, een web met computers waarop, via een specifieke taal (HTML), hypertextdocumenten werden opgeslagen.
Hypertextdocumenten zijn documenten die elementen bevatten (hyperlinks genoemd), waardoor men via een eenvoudige muisklik naar een ander document wordt geleid. Om die hypertextdocumenten te kunnen zien en gebruiken is een zogenaamde browser nodig.
Ik herinner me dat Netscape de eerste browser was die toegang gaf tot dat wereldwijde web.
Het hek was de dam en het WWW kende op korte tijd een enorme explosie. Snel werden, naast tekst, ook beelden, klank en film op de hypertextpagina’s toegankelijk.
Een set van die pagina’s kreeg de naam website. En websites bezoeken via een browser werd surfen: het internettaaltje kreeg een snel groeiende woordenschat.
Er kwam programmatuur beschikbaar waarmee ook amateurs hun eigen websites konden in elkaar flansen. En al snel had ook het Heilig Graf zijn eigen website.

20 jaar na de geboorte van het Web is internet niet meer weg te denken uit ons leven. Surfen, e-mailen, chatten, skypen, twitteren, facebooken,… zijn voor velen een dagelijkse bezigheid.
Het Net en het Web zijn in die tijd ook enorm veranderd.
Van een passieve infomatiebron is het Web geëvolueerd naar een omgeving waar de gebruikers mee de informatiestroom bepalen via blogs en nu ook twittertweets.

Wat het Web in de toekomst wordt is koffiedik kijken.
Een verdere integratie in andere toestellen dan PC’s is voor de hand liggend. De koppeling van het Web met GSM en GPS is al een feit. Schoolborden worden digiborden waarop de kolossale informatie van het Web klassikaal voor het onderwijs in realtime bereikbaar is.
De klassieke informatiemedia zoals kranten, maar ook radio en TV zullen zich snel moeten aanpassen en zich meer op duiding moeten concentreren i.p.v. als eerste informatiebron te willen optreden. Ik heb over vrijwel elk nieuwsfeit al uren lang talloze twittertweets binnen vóór daar ‘s anderendaags iets van in de krant te lezen is.

Spijtig genoeg is er wellicht ook een grote kans op het ontstaan van een nieuwe soort armoede: de armoede van het gebrek aan geïnformeerd zijn omdat men de financiële draagkracht niet heeft om zich de nieuwe ICT-middelen aan te schaffen.

En het gaat toch allemaal zo geweldig snel. Of is dat soms ouder  worden?
Ik hoop dat ons oud koppeke dat allemaal kan blijven bijhouden. 
Ik sluit dit mijmeringske af met een YouTubeke (nog zo’n recent internetfenomeen) dat u een duidelijk overzicht geeft van de nog jonge ontstaansgeschiedenis van het Net. Het in nogal technisch, maar kijk maar eens rustig

zondag 15 maart 2009

Tipjes en truukjes op een verjaardag-dag

Vandaag heb ik niet zoveel tijd om te bloggen. Mia verjaart en dat gaan we samen vieren.
Maar toch laat ik jullie niet in de steek.
Ik serveer jullie een paar tipjes en truukjes waarvan ik hoop dat ze voor jullie geen oud nieuws zijn.
Hier gaan we dan.

  1. Heb je ergens een pdf-bestand dat je naar een Word-bestand zou willen omzetten om het zo verder te kunnen bewerken?
    Dat kan je online doen op de PDF to Word –site.
    Als wat je moet doen is:
    a. je pdf-bestand uploaden
    b. zeggen in welk formaat je het wil omzetten (doc of rtf)
    c. je e-mailadres geven zodat ze je het bestand kunnen sturen.

    PDF2Word
    Om naar de site te gaan kan je op bovenstaand beeld klikken .

  2. Als je in Word een zin wil onderstrepen dan wordt alles in die zin onderstreept, d.w.z. de woorden, maar ook de leestekens en de spaties.
    Wil je dat niet? Hou dan Ctrl + Shift + W samen ingedrukt en alleen de woorden worden onderlijnd!

  3. Je zal zelf al ondervonden hebben hoe peperduur printerinkt en toner wel zijn.
    Wil je iets zuiniger worden in het gebruik, kies dan voor Ecofont.
    Dit lettertype maakt letters met gaatjes zoals je hieronder kan zien.
    Volgens de ontwerpers verbruik je zo 20% minder inkt of toner.
    De moeite waard.
    Ik heb Ecofont in elk geval in Word als mijn standaard-lettertype ingesteld.
    Je kan het gratis downloaden. Door op het beeld hieronder te klikken kom je op de site.
    Ik vind het gemakkelijkst om direct het ttf-bestand te downloaden en dat dan naar c:\Windows\Fonts te verplaatsen.
    Zo kan je je van nu af rijk typen…

    Ecofont

Ziezo dat was het voor vandaag. Ik hoop dat er toch iets bruikbaars bij zit.
Nu ga ik mijn jarige wakker maken. 64 kussen, dat wordt werken!

zaterdag 14 maart 2009

π-dag

Vandaag is het π-dag.
Stilaan begint men daar ook in Europa wat aandacht aan te geven en we zullen dus maar meedoen.
Maar π-dag komt uit Amerika overwaaien.
14 maart wordt daar genoteerd als 3/14 en π is voor een eerste benadering gelijk te stellen aan 3,14.
De Amerikanen vieren zelfs nog een aparte “"pi-benaderingsdag ("Pi Approximation Day) op 22 juli om dat 22/7 een (erg ruwe) benadering is van π.
Wie vandaag een betere benadering van π wil vieren, moet deze namiddag om één minuut vóór twee (1:59 p.m.) even in de houding gaan staan, want dan is het 3,14159
En pi wordt in het Engels als pie uitgesproken. Je kan dus wel denken dat de π-taartjes er vlot ingaan vandaag.

Maar ik ben aan mijn 314-de dieet bezig sinds half vorige maand en ik ben al 3,14 kg afgevallen. Ik mag dus geen π-taartjes proeven. Zelfs een πizza eten mag ik niet.

Gek allemaal, maar π is en blijft natuurlijk wel een zeer belangrijke constante.
Zoals jullie nog wel zullen weten is π
het cirkelgetal.
Al in het lager onderwijs hebben we geleerd dat
π = aan de omtrek van een cirkel gedeeld door zijn diameter.
Als de diameter 1 is, is de omtrek van de cirkel dus precies gelijk aan π, zoals je hieronder heel mooi kan zien:


Bron: Wikimedia

Maar π heeft nóg iets met cirkels, want het is ook zo dat π = aan de oppervlakte van een cirkel gedeeld door het kwadraat van zijn straal.

Het symbool π heeft te maken met het Engels voor omtrek: perimeter ("περίμετρος" in het Grieks).
Het was de Engelse wiskundige William Jones die het symbool in 1706 voor het eerst voorstelde. En toen in 1737 de nóg grotere Zwitserse wiskundige Euler het symbool overnam, werd het algemeen aanvaard.

De Babyloniërs hanteerden al een vrij goede waarde van π: 3 1/8 = 3,125. Ze maakten dus maar een fout van 0,5%.

Maar het was Archimedes die π voor het eerst systematisch wiskundig benaderde.
Hij deed dat door veelhoeken in en om een cirkel te trekken en hun omtrek te meten of te berekenen. Hoe meer hoeken die veelhoeken hebben, hoe dichter ze de cirkel benaderen. Bij een 96-hoek in-en om de cirkel hield Archimedes het voor bekeken.
Uit de omtrek van in- en omschreven 96-hoek wist hij dat π tussen 223/71 en 22/7 moest liggen. Als je van die twee getallen het gemiddelde neemt heb je een goede benadering:
π = 3,1419 (fout 0,008 %)

Bron: Kennislink Klik op het beeld voor een grotere weergave

π is eigenlijk niet te berekenen, het is alleen te benaderen.
π is een irrationaal getal, d.w.z. dat het een reëel getal is dat niet kan geschreven worden als het resultaat van de deling van 2 gehele getallen.
π is intussen met computers al tot op meer dan 1.250.000 decimalen berekend.
Maar ook de autistische savant Daniel Tammet kan je π tot op 22.514 cijfers na de komma opzeggen als je het hem vraagt. Je moet dan wel meer dan 5 uur naar hem willen luisteren…

Mnemotechnische middeltjes om de cijfers van π te onthouden hebben een eigen naam gekregen: piphilologie.
Ik liet mijn leerlingen gewoon van buiten leren: “π is drie komma veertien vijftien negen
Mijn geliefde science-fictionschrijver Isaac Asimov had een middeltje met het aantal letters in elk woord van de volgende zin:

“How I want a drink, alcoholic of course, after the heavy lectures involving quantum mechanics!”
(Dat levert 3,14159265358979).

En zo’n drankje is waarschijnlijk gezonder dan een een stuk π-taart.
Daar moet ik niet lang over piekeren.

vrijdag 13 maart 2009

I robot

Jullie weten al dat Isaac Asimov één van mijn favoriete schrijvers is.
Eén van zijn meesterwerken is “I robot”. Daarin legt hij de drie basiswetten neer waaraan alle robotten, ten dienste van de mensheid, moeten gehoorzamen.
Met het spelleke van vandaag mogen (moeten) jullie zelf een robotje sturen.
Ik herinner mij hoe leerlingen jaren geleden in onze school, in de informaticalessen ook zo iets moesten doen met een programma dat “Kareltje de Robot” heette. Mocht iemand zich dat nog herinneren, laat me dat dan eens weten.

Het spel begint redelijk simpel, maar evolueert pittig zoals je wel zal ervaren van zodra je door de eerste levels gehuppeld bent.
Je moet een lijst met commando’s opstellen waarmee je het botje laat bewegen tot het de blauwe tegel doet oplichten met een lampje.
De commando’s die ter beschikking staan vind je in een rij bovenaan rechts.

image

Ga vooruit, rechts, links, spring op of neer, lampje, functies
Wat functies zijn leg ik wat verderop nog uit.

De commando’s die je wil geven, sleep je uit die rij naar het “Main Method”-rooster er onder.
Als je denkt dat je reeks het botje op de blauwe tegel brengt en die tegel doet oplichten (vergeet dus het lampje niet!), klik je op GO!

1r

Als je “Main Method”-rooster vol zit met commando’s kan je uit de problemen geraken door een functie op te stellen. Je kan twee functies f1 en f2 opstellen.
Dat doe je door commando’s naar een functierooster te slepen. Al deze commando’s zijn dan in één keer als f1 en/of f2 te gebruiken.
Je kan zelfs functies in functies gebruiken.

r2

Genoeg geleuterd. Begin er maar aan door op één van de bovenstaande beelden te klikken.

donderdag 12 maart 2009

Biobrandstoffen kritisch onder de loep.

Vandaag staat er in De Standaard een uitgebreid artikel over het mislukte gebruik van biobrandstoffen in ons land.
Ik citeer even De Standaard-frontpagina:

Biobrandstoffen helpen ons land in de strijd tegen de broeikasgassen geen zier vooruit. Omdat ze bijna nergens verkrijgbaar zijn. Dat debacle brengt bovendien splinternieuwe bedrijven aan de rand van de afgrond.

Wat mij als scheikundige in de geciteerde zinnen onmiddellijk de oren doet spitsen is de bewering dat biobrandstoffen de strijd tegen de broeikassen vooruit helpt.
Hoe kan dat nu?
Als je diesel of bio-ethanol verbrandt komt er CO2 en water vrij en de hoeveelheid CO2 is, hoe zou het anders kunnen, onafhankelijk van de bron van de brandstof.
Zo levert de verbranding van 1 liter ethanol ongeveer 780 liter CO2, vanwaar die ethanol ook moge komen.
Mijn oud-leerlingen konden (kunnen?) je dat perfect narekenen:

ethanol

Zit er dan nog wel een voordeel aan die biobrandstoffen?

Een CO2-voordeel is er slechts in beperkte mate.
Biobrandstoffen kunnen hoogstens CO2–neutraal zijn. D.w.z dat ze evenveel CO2 de lucht insturen als de planten waarvan ze afkomstig zijn uit de lucht gehaald hebben bij de fotosynthese van hun plantenmateriaal.
Meestal is dat niet zo. Met moet immers ook rekening met de CO2 productie bij het transport van de grondstoffen naar de verwerkingsfabriek: plantenmateriaal transporteer je niet via pijpleidingen zoals ruwe aardolie b.v.
En dikwijls wordt bij de aanplant van de verwerkingsfabrieken bos of ander groen geliquideerd dat al CO2 uit de lucht haalde.
Wel komt er minder CO2 in de lucht dan bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen en aardolie, omdat de verbrande fossiele producten niet hernieuwbaar zijn en dus geen CO2 uit de lucht halen zoals planten die opnieuw aangroeien na de oogst dat wel doen.

Biodiesel heeft het voordeel dat de basisgrondstof biologisch afbreekbaar is daar waar de basisstoffen van fossiele diesel dat niet zijn. Denk maar aan de milieurampen als olietankers hun lading verliezen.
Het bevat ook minder zwavelhoudende verbindingen, waardoor verbranding minder zure regen zou produceren ware het niet dat er meer stikstofoxiden gevormd worden die dan weer voor meer zure regen zorgen. Men kan die stikstofoxiden wel tekeer gaan met katalysatoren, maar de productie daarvan moet ook weer op zijn milieueffect bekeken worden.
Biodiesel heeft ook een lagere energiewaarde, zodat er meer moet verbruikt worden voor hetzelfde energie-effect.

De toename in verbruik van van bio-diesel en bio-ethanol (zij het dan niet in België…) doet ook de vraag naar gewassen waaruit ze kunnen gefabriceerd worden, drastisch toenemen. In ontwikkelingslanden zoals Indonesië en de Filippijnen wordt dan ook al massaal bos gekapt om er in de plaats oliepalm te kweken. Ontbossing, gronderosie en verdwijnen van beschermde plant- en diersoorten zijn het gevolg.

  Oliepalmplantage op Borneo waar vroeger regenwoud was
Foto: Rhett A. Butler – Mongobay.com

De toenemende vraag naar graangewassen (mais, tarwe,…) waaruit biobrandstoffen maakt, kan tot een stijging van de voedselprijzen leiden en in de derde wereld zelfs tot voedselcrisis.
Er wordt dan ook naarstig gezocht naar nieuwe methoden om b.v. bio-ethanol te produceren uit de niet-eetbare gedeelten van graangewassen en uit grassen. Dit gaat niet zo gemakkelijk als uit de eetbare delen. Men probeert hiervoor nieuwe combinaties van goedkope enzymenmengsels uit, die de vergistbare suikers uit de plantenresten vrijmaken. Men hoopt dat deze methodes op termijn economisch concurrentieel kunnen worden met het extraheren van de suikers uit de eetbare plantendelen. Maar er is nog veel onderzoek te doen.

vergisting  Je ziet dat er niet zomaar victorie moet gekraaid worden en dat er niet zomaar moet geloofd worden dat het etiket bio garant staat voor milieu –en maatschappijgunstig zoals de media ons dikwijls willen voorspiegelen.

Amai, dat was zware kost vandaag.
Je ziet tot wat zo’n berichtje in de krant kan leiden voor een blogger.
Maar na de inspanning komt de ontspanning: morgen spelen we een spelleke!

woensdag 11 maart 2009

Ik had eerbied voor jouw grijze haren

Mia is gisteren naar de coiffeur geweest.
Ze zag er stralend uit, met haar diepbruine, bijna zwarte lokken.
Zó heb ik ze altijd gekend.
Natuurlijk is dat kleurtje een beetje fake, maar als je (op een paar dagen na) 64 bent, dan mag je gerust een beetje faken.
En dan mag je, als je dat zo wil, dat hier en daar piepende grijs een beetje bijwerken.

Maar misschien komt er binnenkort wel eind aan die vergrijzing.
Want zeer recent hebben scheikundigen en biologen van de universiteit van Bradford, onder leiding van Karin Schallreuter in het tijdschrift van FASEB (Federation of the American Society for Experimental Biology) een artikel gepubliceerd waarin ze aantonen dat ze de oorzaak van de vergrijzing gevonden hebben: waterstofperoxide.
Ze deden de ontdekking bij een onderzoek naar vitiligo, dat is een huidziekte waarbij de huid vrij plots zijn normale kleur verliest en wit-vlekkering wordt, tengevolge van te hoog waterstofperoxide-gehalte.

Hoe zit dat nu met die waterstofperoxide en het effect op ons haar?
Waterstofperoxide is eigenlijk een zeer eenvoudige verbinding.
Als molecule is het naaste familie van water zoals je wat verderop kan zien.
Alle kappers ter wereld kennen het, want ze gebruiken het regelmatig om haar te bleken.
Die blekende werking heeft te maken met het onstabiel zijn van waterstofperoxide, waardoor het ontbindt in water en het zeer agressieve atomaire zuurstof (of geleerder uitgedrukt: zuurstof in statu nascendi). Het is dat atomaire zuurstof, dat alles kapot oxideert, ook de kleurstoffen in haar: de kleurstoffen gaan er aan en het haar bleekt.
De coiffeurs gebruiken het dus om het haar plaatselijk te bleken (“mèchen zetten” in ‘t Vlaams) en om het te ontkleuren vóór ze er een nieuw (al dan niet meer modieus) kleurtje op zetten.


Maar nu hebben de onderzoekers ontdekt dat bij ouder wordende mensen, er zich in de haarzakjes meer en meer waterstofperoxide begint op te hopen. En dat intern waterstofperoxide gaat het haar dus van binnenuit bleken. Het verliest zijn kleur en wordt grijzer en grijzer en tenslotte wit.

Professor Karin Schallreuter en haar team hebben aangetoond dat het waterstofperoxide de enzymen die voor de aanmaak van kleurstoffen zorgen, kapot oxideert.
Enzymen zijn eiwitten en eiwitten zijn ketens van aminozuren.
In eiwitketens komen er een twintigtal verschillende soorten aminozuren voor.


Het peroxide schijnt daarbij specifiek één van die aminozuren, methionine, kapot te maken, waardoor de enzymen geen kleurpigmenten meer kunnen aanmaken.

Bij jonge mensen is er geen ophoping van waterstofperoxide in de haarzakjes omdat er in het lichaam een ander enzym aanwezig is, catalase, dat er voor zorgt dat het overtollige waterstofperoxide afgebroken wordt tot water en zuurstof. Maar dan wel tot de minder agressieve zuurstof O2 (zie reactievergelijking hierboven).
Met ouder worden produceert ons lichaam minder catalase én het overtollige waterstofperoxide inactiveert zelfs het overblijvende catalase. Er is dus niets aan te doen, het is ons lot: we moeten grijs worden willen of niet…

Maar wacht even!
Is er geen remedie te vinden, nu we inzicht hebben in het hoe en het waarom van het grijs worden?
Karin Schallreuter en haar team denken dat toevoegen van extra methionine aan de haarzakjes er kan voor zorgen dat het overtollige waterstofperoxide de productie van de enzymen die voor de kleurstoffen zorgen, niet kan stil leggen.
We moeten alleen nog voldoende methionine in de haarzakjes krijgen.
Via pillen is dat onbegonnen werk want dan we zouden er dag in dag uit massa’s moeten van slikken. En (de meeste) vrouwen hebben al een groot deel van hun leven dagelijks pillen (de pil) geslikt...
Er wordt daarom gedacht aan een shampoo met een samenstelling die zowel methionine aanvoert als waterstofperoxide afbreekt. Maar die shampoo moet er nog komen…

Het is dus nog even wachten en verder verven.
Maar och God, alles bijeen, zoals mijn moederke altijd zei:
Ne schuunen graizen es uuk nie lielaik